“Nederland is ziek”

Toenmalig minister-president Lubbers had in 1990 dit harde oordeel over de onbeheersbaar lijkende arbeidsongeschiktheid in Nederland. Talloze drastische maatregelen volgden, met een sluitstuk per 2006. Toen ging de WIA werken, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Het blad Economisch Statistische Berichten wijdt 11 april een thema-uitgave aan de WIA. Totaal 16 auteurs leveren 21 pagina’s onderzoeken en beschouwingen. De hoofdredactie concludeert: “De WIA lijkt zijn doel gehaald te hebben en werkt dus naar vermogen.” De impact van de WIA blijkt verder vooral een subtiel evenwicht van plus- en minpunten.

WIA werkt duurzaam

Een van de gepresenteerde onderzoeken vergelijkt twee groepen langdurig zieken uit het verleden. De eerste betreft mensen die ziek werden in het laatste kwartaal van 2003 en tenminste een half jaar ziek bleven. Bij eventuele arbeidsongeschiktheid zouden ze instromen in de WAO (toen al met aangescherpte toelatingscriteria). De tweede groep betreft mensen met overeenkomstige achtergrondkenmerken (zoals geslacht, leeftijd, contractvorm en loon) en tenminste een half jaar ziek, aangevangen in het eerste kwartaal van 2004, met dus mogelijk vooruitzicht op de WIA. In

Het begin daalde met de WIA de instroom fors in vergelijking met de WAO, maar vanwege toegenomen gezondheidsproblemen kwam een aantal mensen alsnog in de WIA. De effecten van de WIA blijken echter duurzaam: in 2015 heeft 22% van de WAO-groep een WAO-uitkering, terwijl in de WIA-groep 17% een WIA-uitkering heeft.


Verder geldt dat de financiële prikkel bij gedeeltelijk arbeidsongeschikten in de WIA een iets hogere arbeidsdeelname bevordert dan de WAO indertijd deed.

Ook een belangrijk punt: de WIA-groep heeft tussen 2007 en 2015 gemiddeld 1,6 procentpunt meer dan de WAO-groep een andere uitkering. Dat is niet per se ongunstig, het herbevestigt het beeld dat er in de oude WAO ‘verborgen werkloosheid’ zat.

WIA-uitstroom gering

De WIA kenmerkt zich door twee regimes. De zogeheten IVA is er voor mensen met naar verwacht duurzame en grote mate van arbeidsongeschiktheid. De WGA is bedoeld voor mensen met kansen om (meer) werk te hervatten. Dat werkt gedeeltelijk, WGA-ers hebben vaker dan WAO-ers bijverdiensten uit werk. Echter, anders dan ooit gehoopt, is de WIA nauwelijks een opstapje laat staan een springplank naar werk zonder uitkering. Het totale bestand stijgt dan ook. De uitsnede uit de Infographic van de ESB-redactie laat dat zien. Alsmede stagnatie in teruggang van het totaal aan uitkeringen.

Koppeling enquête en sociaaleconomische data

Drie onderzoekers van TNO deden een analyse met de jaarlijkse Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Gegevens van werknemers die deze NEA invulden in de jaren 2007–2012, hebben ze gekoppeld aan CBS-data over de geregistreerde sociaaleconomische positie van die werknemers. Dit betreft totaal bijna 133.000 werknemers, van wie er 2.317 vijf jaar na het invullen van de NEA langdurig arbeidsongeschikt bleken.

Aldus blijkt dat werknemers die gevaarlijk werk doen, een 1,6 keer hogere kans hebben op arbeidsongeschiktheid vijf jaar nadien dan werknemers zonder zulk werk. Ook fysiek resp. psychisch belastend werk hangen elk samen met een 1,5 keer hogere kans op arbeidsongeschiktheid.

Sociale steun belangrijk

Hiernaast zijn er resultaten die het belang aangeven van bedrijfscultuur, van gedrag en sfeer op de werkvloer. Werknemers met naar zeggen weinig of zeer weinig sociale steun van collega’s of hun leidinggevende, hebben een tot wel een 2,7 keer hogere kans op arbeidsongeschiktheid in vergelijking met werknemers die wel steun ervaren. De TNO-ers besluiten: “… uiteindelijk zijn mensen sociale dieren, en blijken de sociale aspecten van ons werk dus ook sterk samen te hangen met het hebben en houden van inzetbare werknemers op de lange termijn.”

Met dank aan Ton van Oostrum

Arbobalans, nieuwsbericht van TNO